Het IKEA-effect

veloursjasje4

Hebben jullie ook wel eens dat je zó je best hebt gedaan op een kledingstuk, dat je het vervolgens niet durft te dragen als het af is? Dat heb ik bij dit jasje. Ik heb het nog nooit gedragen. Behalve voor deze foto’s natuurlijk.

Dit jasje maakte ik van groen/blauwe velours met grote bloemen erop, met patroon Butterick #4610, voor een gevoerd jasje met schoudervullingen. Het patroon kreeg ik als onderdeel van de Craftsy-cursus “Classic Tailoring: The Blazer“. Het bleek nogal een advanced Craftsy-cursus: het beginpunt is dat je zo’n jasje al helemaal kunt maken en fitten. In de cursus leer je vervolgens allerlei foefjes en trucjes om het jasje nóg specialer te maken. Waardoor ik het vervolgens nooit aan doe omdat het te bijzonder is…

veloursjasje1

Ik heb trouwens lang niet alle technieken uit de Craftsy-cursus toegepast. Zo was het bijvoorbeeld de bedoeling dat je met de hand speciale tussenvoering (hair canvas, zou dat dit zijn?) vastzette aan het voorpand van het jasje, met tientallen (honderden?) minuscule steekjes. Dat heb ik niet gedaan. Maar wat ik bijvoorbeeld wel heb gedaan, is handmatig de binnen- en buitenkant van het voorpand aan elkaar zetten (met praktisch onzichtbare steekjes), precies op de rand waar de revers omrolt. Dat voorkomt een probleem dat ik soms met andere jasjes heb: dat de lagen van de revers gaan schuiven ten opzichte van elkaar. En ik heb natuurlijk alles met de hand omgezoomd, en een gepaspelleerd knoopsgat gemaakt.

Genoeg speciale foefjes dus om het jasje te bijzonder te maken om te dragen. Daarnaast moet ik nog even wennen aan de schoudervullingen en de voering.

veloursjasje3

Mijn broer noemt dat trouwens het IKEA-effect, wanneer je meer waarde hecht aan iets omdat je het zelf gemaakt hebt. Volgens dat principe zou je ook meer van je Billy boekenkast van IKEA houden als je ‘m zelf in elkaar heb gezet. Of dat bij Billy zo werkt weet ik niet, maar bij zelfgemaakte kleding is dat zeker het geval. Meestal is dat natuurlijk een enorm pluspunt! Maar hier is het wat doorgeschoten: ik zou het toch wel leuk vinden om dit jasje ook daadwerkelijk eens te dragen…

Velours

stofVelours

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: hoe zit het nu precies met velours/fluweel/velvet? Dat is in elk geval wat ik mij afvroeg toen ik deze stof in handen had. Is het nou allemaal hetzelfde of niet? Een korte zoektocht op internet leerde mij het volgende: fluweel (Nederlands) en velvet (Engels) zijn hetzelfde, met als Franse benaming velours. Maar! In het Nederlands en Engels is het woord velours een benaming voor iets dat lijkt op fluweel, maar het net niet is. Wat dan precies het verschil is, daar ben ik nog niet over uit. Wie het weet mag het zeggen in de comments!

Hoe het ook zij, fluweel/velvet en velours hebben allemaal een bovenkant van opstaande haartjes, de pool (Engels: pile). Deze ontstaan doordat met de weefdraden kleine lusjes gemaakt worden, die vervolgens doorgeknipt worden. Vaak heeft zo’n pool een richting, en verandert de stof van kleur als je de pool de andere kant op strijkt. Zo’n richting heet de vleug (Engels: nap). Bij een stof met een vleug is het cruciaal om de patroondelen allemaal in dezelfde richting te leggen: je wilt toch liever niet dat de linkerkant van je kledingstuk lichter van kleur lijkt dan de rechterkant.

Fluweel en velours kennen we natuurlijk vooral van gordijnen, het liefst donkerrood in een chique schouwburg of theater. Maar je kunt er ook kleding van maken, wat dachten jullie bijvoorbeeld van een hip seventies broekpak met wijd uitlopende pijpen? Of zo’n paardrij-jasje met een hele rits knoopjes. Zoiets wil ik ook nog wel eens maken. Wat ik er daadwerkelijk mee maakte lezen jullie hier binnenkort…

  • Stof: velours
  • Gebruik: jasjes, broeken
  • Eigenschappen: stevig, zacht, met een vleug
  • Naald: standaard 80